Mijn vrouw eet graag hele dingen, die vindt ze lekkerder. Als ik ervoor kies een kip in stukken in het pannetje te doen is ze teleurgesteld. Het is niet dat ze mijn bereidingswijze niet respecteert, en het sjagrijn is ook niet onoverkomelijk (een handje morilles in de pan maakt een hoop goed); het gaat haar om de Gestalt van het eten.

Het begrip Gestalt [gε∫tɑlt] komt uit de psychologie en betekent ‘totaalbeeld’, waarbij het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen. Zou het waar zijn dat het geheel van de kip meer is dan poten, vleugels, borst en sot-l’y-laisse? En zo ja, waarom?

Deze week maakte ik om en om ‘hele’ gerechten en gerechten ‘in stukken’. Ik merkte iets opvallends: als ik mijn vrouw een ‘heel’ gerecht voorzette, nam ze meer tijd voor ze aanviel. Ze leunde naar achter en dan weer naar voren, het bord uitgebreid in zich opnemend. Bewonderend, bijna. Nee, verlangend. Ik had die blik eerder gezien. Het was de gespannen concentratie van onze kat, vlak voor hij een duif te grazen neemt. Mijn vrouw keek naar haar bordje als een roofdier naar een prooi. Terwijl ze haar zeeëgel leeglepelde werd een oeroud deel van haar hersenen geactiveerd: ik heb het gevangen en dat heb ik goed gedaan. Ik verdien het om mijn prooi op te eten.

Een nieuwe ontdekking op onze huwelijksreis was de moeccha, of soft shell crab. Een klein krabbetje, dat gevangen wordt als het zijn schaal afgeworpen heeft, maar voordat het een nieuwe, harde schaal heeft kunnen vormen. Hierdoor zijn ze helemaal zacht. Je kunt ze door een eiermengsel halen, bloemen en frituren; zo eet je die spinnekes in één keer op. Mijn vrouw at er een bordje vol van. Loeiend heet van binnen, dat dan weer wel.