
Een beetje erg na dato, maar ik was een laatste post schuldig van de laatste dag in Istanbul. Namelijk donderdag 18 februari van dit jaar.
Je kan en mag Istanbul niet verlaten voordat je tenminste een keer in de Aya Sofia bent geweest. Deze voormalige kerk is na de iname van Istanbul door de Turken al snel in gebruik genomen als moskee. Van de buitenkant is het gebouw een soort van samenraapsel van verschillende bouwstijlen. Het doet mij zelfs wat grof en lelijk aan. Maar de binnenkant deed mij wederom verbazen.






De koepel is niet de originele meer, want die is tijdens een aardbeving ingestort en was veel groter dan de huidige variant. Helaas wist men niet meer hoe men dat toendertijd had gedaan en bouwde men een kleiner versie. Ik heb het hier over een lange tijd geleden, dus zelfs de huidige koepel is een stukje vakamansschap die je vandaag de dag niet of nauwelijks meer ziet.









Dezelfde dag namen we Tristan, onze huisgenoot, mee voor een lunch boven de spicebazaar, bij Pandeli. Dit op aanraden van Mike, de eigenaar van 360. Het eten was niet bijzonder, een beetje wat je ergens anders in Istanbul ook kan eten. Maar de zaak zelf is heel mooi gedecoreerd met tegels en bestaat uit verschillende kleinere zaaltjes. Het restaurant bestaat al sinds begin vorige eeuw en zelfs de grote Ataturk heeft er meerdere malen gegeten.









De ondergelegen spicebazaar ligt in het oude Istanbul en is, naast de Grand Bazar, een vast onderdeel van de toeristische route. Dat betekent niet dat de vele specerijen en thee-soorten er slechts voor de toeristen zijn. Ze zijn gewoon erg goed en zeer betaalbaar. Ik hou zelf niet van deze kant van de stad. Je merkt dat de mensen de toeristen zien zoals wij toeristen zien: noodzakelijk kwaad. Ik ben ook liever niet waar er teveel toeristen rondlopen. Laat ik het zo zeggen: ik wil geen nederlands horen naast mij op het terras.





De conclusie: ik wil meer lokanta’s in Amsterdam.
