Nog meer dingen gekocht

en geluncht bij Terroire. Dure lunch tent in Stellenbosch. Was goed, maar Aubergine was beter qua compositie van de gerechten.

Op de Design Indaba hadden Thijs en ik een standje gezien waar ze lampen hadden die we al eerder hadden zien hangen bij Royal (lekkere burgers en pizza's). Hebben! Kaartje gevraagd en vandaag heen gereden. Werkplaatsje waar je zo aan voorbij zou rijden als je het niet wist.

Ze hadden allemaal leuk spul. Voorbeeldje: badkamermat gemaakt van plastic schroefdoppen (van frisdrankflessen) die aan elkaar waren gemaakt met ijzerdraad. Heel mooi. Ijzerdraad zal het roesten, maar ok. Lamp gekocht gemaakt van doppen die op die sportdranken zitten, met zo'n tuitje (als je het niet kan visualiseren: koop dan een flesje Aquarius of kom gezellig eens op de koffie). En twee lampen gekocht gemaakt van wit plastic, een met vliegtuigjes uitgestanst en een met bloemen en vlinders.

Hier zie je wie en wat. Klik.

Geef mij nog een week en ik heb een zeecontainer nodig om alle shit te verschepen die je hier kan kopen. Behalve dat je hier dingen kan kopen die je nergens anders kan kopen, is alles ook nog eens betaalbaar. Stukken beter dan Amsterdam.

Oh, en mam? Ik heb mijn haar weer laten scheren. Ben weer kort amerikaans. Sorry.

No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.

De collega’s van mijn vrouw

Eindelijk was het zover. De collega’s van mijn vrouw zouden komen eten.

Een deel van me had dikke mannen in pakken verwacht: vet eten, dure wijn en sigaren. Alhoewel niemand sigaren rookte en niemand een man was, bleek de rest van mijn voorstelling aardig te kloppen. Details »

Steenoven

Het eerste wat gebeurt als je een steenoven koopt is dat je vrienden vragen wanneer het pizza-avond is. Je legt natuurlijk uit dat een steenoven niet per se een pizza-oven hoeft te zijn, maar je uiteenzetting over de voordelen van stagnante hitte ketst af op de glazige ogen van een roedel jakhalzen. Details »

Verwondering

De recente verhuizing naar betondorp brengt bijzondere ervaringen met zich mee. Niet alleen in mijn eigen betondorp dat ik soms als klein Italie of Frankrijk zie maar ook de (midden)weg er naar toe. Zoals overal in Amsterdam is er nogal wat blauw op straat. Daarmee bedoel ik de Albert Heijn. Het blauw van weleer wandelt of rijdt tegenwoordig namelijk in hilarisch fluorescerend geel over straat, maar dat is een ander verhaal. AH dus.

Details »

Van Merkelbach via Patés van Diny naar Claartjes Comfort

Allang geen vrijgezel meer, maar geen bruiloft zonder een voorafgaand bijeenzijn van vrienden van de bruidegom. Aldus gingen veertien liefhebbers van eten, wijn (en bier) en cultuur er een dagje op uit met de aanstaande bruidegom, Mattijs.

Details »

Waarom wij geen restaurant beginnen

Mijn vrouw en ik staan erom bekend dat wij etentjes geven. We doen dat voor de gezelligheid, maar ook omdat we het werken in de Horeca missen. Vrouwen die echt kunnen serveren vind ik geil, en mijn vrouw was de beste serveerster die ik ooit zag. Inmiddels is ze psychotherapeut, wat om veel redenen goed is, maar toch minder spannend om naar te kijken.

Op onze etentjes komt meestal een man of dertig aan vrienden en kennissen. Dat past zolang ze allemaal blijven zitten nét in ons huis, en zo voelt het als het maandelijkse diner van een uitgebreide familie, waar iedereen ontspant terwijl opa en oma het vuur uit hun pantoffels rennen. Pas als de koffie op tafel staat schuiven we aan. Details »

Gabriele Bianchi

Het was kwart voor acht ‘s avonds, mijn vrouw en ik waren voor het eerst in Venetië en we hadden honger. Terwijl we met onze koffers op weg waren naar ons huisje stak ik mijn hoofd door de deuropening van een winkel om te vragen tot hoe laat ze open waren. Een besnorde vijftiger keek op de klok boven zijn toonbank en zei: ‘Nog vijftien minuten precies’. We brachten onze bagage weg en tien minuten later stonden we voor de vitrine van Gabriele Bianchi.

Gabriele bleek een telg uit een oude Venetiaanse kaaskopersfamilie en had een uitstekende selectie lokaal lekkers waar ik me meteen aan te buiten ging. Terug in ons huisje vergaten we onze koffers uit te pakken. Kreunend aten we zijn kazen, zijn lardo, olijven en verse salami. Daarna kwam ik elke dag in het winkeltje. Gabriele vroeg wat ik voor lunch of avondeten wilde maken en deed suggesties; Details »

Pesce in saôr

Pesce in saôr is een van de beroemdste Venetiaanse gerechten. Het idee erachter is dat de vissersvrouw de vis van vandaag conserveert onder zoetzure uien zodat haar man er morgen op zee een goede lunch aan heeft. Je zou niet willen dat die kerels honger krijgen onder het werk, want voor je het weet komen ze met dikke buiken en lege handen thuis.

Details »

Biggi blij in de Brinkstraat

Vriendschap is een warm gevoel waar je je in kunt wentelen. Afgelopen zaterdag heb ik mij dan ook uitgebreid gewenteld. Het was een van de drie Grote Dagen uit mijn leven van 2010. De Verhuizing. Zeker 10 man waren van de partij om ons te helpen bij deze eerste horde. En een horde was het, tenmimste voor mij. Iedereen leek precies te weten wat er moest gebeuren behalve ik. Ik probeerde nog iets met koffie te doen maar het apparaat was al ontkoppelt en iemand stond hem in te pakken Ik riep dat ik een traplift had geregeld, maar voordat die er was stonden alle dozen al op straat. In the end was alles in luttele uren geregeld. Mijn grootste bijdrage was champage, gegrild vlees en eeuwige dankbaarheid na alle gedane arbeid.

Waarin wij mooi zijn en niets vrezen

Ik kan me voorstellen dat het u gaat tegenstaan, zo’n column over de liefde. Kijk ons gelukkig zijn, en jong, en knap. Misschien gelooft u mijn verhaaltjes niet, en u bent bent niet de enige. Zo vindt mijn vrouw dat ik haar personage te sterk aanzet, ze zou volwassener en minder burgerlijk zijn dan ik haar maak. Met name in De bank ergert ze zich hieraan. ‘Dat van dat huiselijk, dat heb ik nooit gezegd’, klaagt ze met haar knuistjes in haar zij. ‘En ik sta helemaal niet met mijn knuistjes in mijn zij.’

Toch lieg ik niet. Als schrijver moet je geloven in de dingen die je opschrijft. Een grote hulp hierbij is mijn geheugen, dat me al op jonge leeftijd in de steek begon te laten en geleidelijk ruimte maakte voor verhalen. Zo leef ik steeds minder in de werkelijkheid waar mensen zoals mijn vrouw het over eens zijn, en op dit moment schrijf ik zelfs vijf dagen per week een column die zo geloofwaardig is dat hij naadloos in herinnering overgaat.

Het personage van mijn vrouw is een collage van haar mooiste momenten. Er kunnen samentrekkingen in de tijd plaatsvinden waardoor een opmerking of een blik van lang geleden opduikt in een gesprekje vorige week, maar alles wat hier staat is haar getrouw en daarom waar gebeurd. Al was het maar omdat ik inmiddels niet beter meer weet.

De bank

Sinds vorig jaar hebben we een bank. Het nut van banken ontging mij altijd; als een tafel was om aan te zitten en een bed om in te liggen, waarvoor had je dan een bank nodig? Mijn vrouw drong aan en won: er kwam een gigantische donkerbruine hoekbank met een overdaad aan kussens. Toen het gevaarte in de woonkamer stond moest ik slikken: samen met de platte tv, die ik ook niet gewild had, maakte hij de ruimte onherkenbaar. Ik vreesde huiselijkheid, burgerlijkheid en het verlies van mijn individualiteit.

Bij thuiskomst stuiterde mijn vrouw handenwrijvend de trap op. ‘En’, zei ze, ‘hoe zit hij?’ Ik zei dat ik het niet wist, en met een hinkstapsprong lag ze in de kussens. Ze schurkte tot alles op de juiste plek zat, liet haar hoofd achterover zakken en viel in slaap. Voorzichtig kwam ik dichterbij. Ik keek om me heen of niemand het zag en ging zitten. De bank was zeker comfortabel. Het gesnurk van mijn vrouw trok de katten aan, die als haaien om het nieuwe meubel cirkelden. De cirkels werden steeds kleiner, en weldra vulde de kamer zich met geronk en gespin. Ook mijn ogen vielen dicht.

Inmiddels ben ik gewend aan de bank; er zijn maar weinig avonden dat ik er niet op zit. Gisterenavond, toen ik naar de woonkamer liep om mijn vrouw te zeggen dat het eten klaar was, vond ik haar slapend op de bank met onze hond. Ik zei haar naam en wachtte tot de blauwe kijkers opengingen. Ze rekte zich uit, glipte onder de hond vandaan en zei: ‘Lekker hè, zo huiselijk?’ Er waren geen alarmbellen. Ik aaide over haar bolletje en zei: ‘Ja, huiselijk hoor. Kom je eten?’

This woman’s work

Om half negen vanochtend is mijn vrouw, na een rondje met de hond, naar haar werk vertrokken. Sindsdien ben ik bezig met een verhaal dat niet zo wil. Mijn hoofdpersoon is een Nederlands meisje dat in de jaren vijftig op de Surinaamse plantage van haar zus en zwager wordt ondergebracht omdat de omstandigheden in Nederland (vader was fout in de oorlog) haar leven onmogelijk maken. Achter me op het fornuis borrelt een pan coda alla vaccinara.

Coda alla vaccinara is gestoofde ossenstaart. Terwijl ik tik leidt de geur me, samen met de zoete ui en selderij die erbij horen, steeds meer af. Het is tegen twaalven, ziet u: bijna tijd voor ‘een hapje van het één en ander’ zoals Winnie de Poeh het toepasselijk zei. Ook de hond begint onrustig te worden.

Ik sta op, til het deksel van de pan en tuur erin. Met de punt van mijn wijsvinger duw ik op het vlees. Het zit nog muurvast aan de wervel. Een diepe zucht ontsnapt me: het zal een gebakken ei moeten worden. Terwijl mijn lunch spluttert in de pan denk ik aan de film Big Night; de beroemde scène waarin kok Primo voor ober (en broer) Seco een ei bakt. Het ei stond daar symbool voor het behoud van de broederschap, die zwaar op de proef werd gesteld door het falende restaurant van de twee. Olijfolie in de pan, ei erbij, zout erop en janken maar.

Vanochtend was ik in de jaren ’50: van Suriname, via mijn ossenstaart en een gebakken ei naar een gelijmde familieband aan de Amerikaanse Jersey Shore. Ik was mijn bord af, zet het in het afdruiprek en bedenk dat ik het mooiste werk ter wereld heb.

De buurvrouw

Vanavond komt de buurvrouw eten. Ik heb net boodschappen gedaan en nu liggen er lamsnieren, een varkensribstuk, doppers, venkel, Pachinotomaatjes en Reine Claudes op het aanrecht. Een inspectie van de vriezer leverde een zak bospaddestoelen (zie: De Stille Jacht), een semifreddo en wat zelfgebakken brood op. Tijd om een glas wijn in te schenken en een column te tikken, want inspiratie voor het koken komt meestal als je met andere dingen bezig bent.

De buurvrouw is eigenlijk geen echte buurvrouw: ze woont bij ons om de hoek. Toen ik haar leerde kennen was ze aan het herstellen van een burn-out en dat betekende, naast het feit dat ze elke dag vrij had, dat ze geen dingen kon doen die concentratie vergden. Deze eigenschappen maakten haar bij uitstek geschikt voor meegaan naar de markt en terraszitten. De muur waar ze tegenop gelopen was bleek haar gevoel voor humor intact te hebben gelaten; de buurvrouw is grappig, en je kunt dingen tegen haar zeggen als: Wat voor piemel denk je dat jij zou hebben als je een jongen was?

Ik geloof niet dat een goede huisvrouw het helemaal alleen kan. Een betrouwbare vriendin in de buurt is van levensbelang als je het wilt redden in dit slopende métier. De buurvrouw was er voor me toen ik erg aan het idee van getrouwde man-zijn moest wennen, en ze hielp mijn vrouw toen die pre-trouwen in een lipstickkleurcrisis terechtkwam. We hebben elkaars sleutels, zijn niet bang die te gebruiken en kennen elkaars huisdieren van naam. Op mijn huwelijk droeg ze (geheel tegen haar gewoonte) een jurk en ik weet zeker dat ik voor haar een rode bandplooibroek zou dragen, mocht de mode nog ooit zo’n wrede kant op gaan.

Om al deze redenen, maar vooral omdat het lekker is: bruschetta met lamsnier, tomaatjes en munt; conchiglie met bospaddestoelen, en varkensribstuk met doperwtenpuree en venkelsa. De Reine Claudes kook ik met witte wijn en suiker, dat lijkt me mooi voor bij de semifreddo.