Je ziet het aan de manier waarop haar hoofd een beetje gekanteld is; aan de blik, die tegelijk mededogen en de wetenschap van een stellig noodlot van hetgeen op haar vork geprikt zit uitstraalt.

Zo kijken leeuwen voordat ze hun prooi overmeesteren, wat ondanks de grote krachtsinspanning die ermee gemoeid is, niets met agressie te maken heeft. Wat je ziet is een organisme dat precies doet waarvoor het gemaakt is, en zich zeker weet van zijn plek in het geheel der dingen.

Er is een aantal momenten waarop wij mensen zoiets kunnen voelen. Bij een sterfgeval, een geboorte, bij verliefdheid en smart vallen al onze mindere denksels en besognes van ons af. Of de aanleiding nou een gelukkige of een heel ongelukkige is: even ervaren we hoe het is om de Boeddha te zijn, om één te zijn met het universum. Precies dat heeft mijn vrouw bij het eten van een warme Vacherin Mont d’or.

Al jaren vraagt ze elke keer dat ik naar de kaaswinkel ga of ik zo’n fijn kaassie voor haar mee wil nemen. ‘Zo’n schattig kaasje, in zo’n eigen bakkie met een dekseltje erop.’

‘Dat wil ik graag’, zegt ze, als ik op mijn fiets spring om net voor sluitingstijd inkopen te doen. ‘En dan in de oven en met aardappeltjes en sla en….’

Ik vond het altijd een rare bestelling, en in de zeven tot dusver jeukloze jaren van ons samenzijn vergat ik structureel de kaas-in-het-bakkie voor haar te kopen. Ja, ik weet het: Conduct Unbecoming of a Domestic Goddess. Ik begrijp zelf ook niet goed waarom.

Misschien dacht ik dat haar Vacherinwens voortkwam uit haar voorliefde voor het eten van hele dingen [zie De Gestalt van het beestje, hier op Dagelijks Paradijs, 15 juli 2010], en dat het haar helemaal niet om de smaak te doen was. In ieder geval is het zo dat ik gesmolten kaas niet als een maaltijd zie. Toch zijn deze dingen opgeteld niet genoeg om te verklaren waarom ik er zo hardnekkig in faalde haar wens te vervullen.

Want is niet mijn taak, mijn volste vervulling in het leven om mijn vrouw te voeden? Om haar alles te geven wat ze nodig heeft? Wat kon me dan in de naam van de Boeddha bewegen om die roeping – mijn plaats in de schepping – te schuwen door niet te doen waarvan ik wist dat ze het wilde?

Wat het mag zijn geweest, ik wil er niet meer over denken. Sommige dingen moet je accepteren zonder ze te kunnen verklaren. Het gaat er niet altijd om dat je je eigen handelen doorgrondt, maar eerder dat je conclusies weet te trekken uit je verleden fouten. En als het dan een kraamperiode is die je ertoe zet om tot inkeer te komen, zo zij het. Beter laat dan nooit, zoals ze bij ons in de Jordaan zeggen.

Deze week kocht ik bij mijn inkopen voor een catering het kaassie in het doossie voor mijn vrouw, en waar andere mannen in deze periode met grote bossen bloemen thuiskomen, had ik een heel klein rond pakketje bij me toen ik uit mijn werk kwam.

Gisteren, tussen het verschonen van luiers en zoeken naar gevallen spenen door, heb ik dat pakketje in de oven geslingerd. Na een half uur zette ik een pan gekookte Dorés, een bakje sla en een bubbelende Vacherin Mont d’or op tafel.

Alles werd – heel even – stil. En iedereen in huis, mijn vrouw en ik, onze zoon en ook Otis de hond, was zich één moment zeker van zijn plek in het geheel der dingen.