De recente verhuizing naar betondorp brengt bijzondere ervaringen met zich mee. Niet alleen in mijn eigen betondorp dat ik soms als klein Italie of Frankrijk zie maar ook de (midden)weg er naar toe. Zoals overal in Amsterdam is er nogal wat blauw op straat. Daarmee bedoel ik de Albert Heijn. Het blauw van weleer wandelt of rijdt tegenwoordig namelijk in hilarisch fluorescerend geel over straat, maar dat is een ander verhaal. AH dus.
De eerste keren dat ik binnen kwam op de AH bij de middenweg voor een snelle boodschap ging mijn aandacht vooral uit naar het assortiment. In hoeverre zou dit verschillen van het aanbod in de Indische buurt. Hij is vooral veel groter, dus het aanbod is ook wat groter. Beter zou ik het vooralsnog niet noemen. Maar wat schetst vooral mijn verbazing, bij de ingang hangen zelfscanners. Je haalt je bonuskaart lang de scanner en er licht een zelfscanner op, die graag met jou uit winkelen gaat. Elk artikel dat je in je mandje stopt scan je en uiteindelijk kom je bij een snel afreken station die je scanner uitleest, pinnen en hup naar buiten. Niks geen gewacht meer in de rij. Er staat nog in niet echt dreigende taal dat je bon gecontroleerd kan worden. Maar de 16 en 17 jarige meisjes lijken meer met elkaar, zichzelf en hun uiterlijk bezig dan met de boodschappen en bonnen van hun klanten. Voor mijn gevoel ben ik in een sooort Utopische samenleving terecht gekomen. Ik herinner mij namelijk nog het verhaal van de Dirk van den Broek op de Molukkenstraat die uiteindelijk is vertrokken omdat de cassieres bij de kassa hun moeders met volle winkelwagens lieten passeren zonder af te rekenen. Daar werkte het normale winkel systeem niet eens, maar in de watergraafsmeer is het a brave, good world.

